COLUMN: De groeten

De Dominee, zo noem ik hem. Altijd gehuld in een pikzwart driedelig kostuum met vlekkeloos wit overhemd en zwarte stropdas. Of het nu vriest dat het kraakt of dat de mussen door tropenkolder van de daken kukelen, de Dominee kuiert altijd in keurig zwart door het dorp. Licht het hoofd voorovergebogen, ietwat merkwaardige tred. Wie begonnen is met groeten? Ik weet het niet meer. Ergens drie jaar geleden, toen ik in dit prachtige Zuid-Bevelands dorp kwam wonen, heeft hij óf ik de eerste stap genomen in onze zwaaivriendschap. Inmiddels weet ik dat de Dominee in een speciaal instituut woont en dat hij naar zeker de helft van de dorpsbevolking groetend zijn hand opsteekt. En zo kuiert hij in streng zwart vriendelijk zwaaiend naar de een, zwaaiend naar de ander door het dorp.

Op een dag besefte ik me dat hij een totale vreemde voor me was – en andersom – dat ik voor hem een onbekende snuiter moest zijn. Twee vreemden met een band. Ik moest denken aan de gemeente Goes. Ook die heeft een soort van zwaaivriendschap in de vorm van een stedenband met Panevezys. Een 130.000 zielen tellende industriestad in de Baltische staat Litouwen. En ook die band bestaat in feite uit niets meer dan een vriendelijke hand opsteken als je elkaar eens toevallig tegenkomt. Het laatste officiële contact dateert al weer van 2005, toen het gemeentebestuur van Panevezys het jubileum Goes 600 jaar bijwoonde. Wat voor zin heeft zo’n band?

Ik moest eraan denken toen ik in de auto zat en de Dominee in de verte als een wuivende kraai zag naderen. Ik besloot dat het genoeg was. Goes steekt zijn hand niet meer op naar Panevezys, dus ook ik zou een einde maken aan een zwaaivriendschap. De groeten met dat gegroet! Pardoes, zonder ook maar een vinger op te steken, reed ik de Dominee voorbij; hij stak zijn arm al in de lucht. Ik zag hem niet, tenminste… ik deed net alsof. Maar in mijn ooghoeken dacht ik een totaal verbouwereerde blik te ontwaren. Was de Dominee gekwetst nu een van zijn tientallen zwaaivrienden weigerde te groeten? Zou hij zijn eenvoudige brein tarten met de vraag: Waarom? Met de vraag: Wat heb ik verkeerd gedaan?

Daar, achter het stuur van mijn auto, kreeg ik een lichtend moment. Of was het medelijden? Zwaaien is de kern van een zwaaivriendschap. Niets meer en niets minder. Een vriendelijke groet, meer wil de Dominee niet van mij, en ik niet van hem, sprak ik mezelf toe. Dat pleziertje nam ik hem nu af.
Ik reed nog een extra blokje om, tufte op mijn gemakje langs de Dominee en stak mijn hand op. Hij glimlachte breed. Zie je wel, dacht ik, zo’n opgestoken hand maakt zijn dag goed. Maar in werkelijkheid maakte het de mijne goed. Want beter een verre zwaaivriend dan een gekweld geweten.

Luctor

Lees ook:Groeten uit Amersfoort (3): Bij mijn jarige moedertje!
Lees ook:Vaarwel asbak! (3): De gewenning
Lees ook:Op naar de 50 (11): Winterviolen!
Lees ook:Bonje bij Surrender!
Lees ook:Mieke: Ik heb mijn vent Frans na 30 jaar op Kerstavond het huis uitgezet!

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>